Spelregels 
  • Spelregels en briefingen
  • Spelreglement veldhockey
  • Spelreglement zaalhockey
  • Jongste jeugd
  • Briefingen
  • Proefexamens
  • Spelregel van de week
  • Signalen van scheidsrechters

  • KNHB spelreglementen
    Hockey is een stick- en balspel dat op gras of kunstgras wordt gespeeld. In een wedstrijd staan twee teams van elk elf spelers tegenover elkaar. Alle spelers hebben een stick met een kromme haak, waarmee zij de bal slaan, pushen of stoppen. Doel van het spel is om zoveel mogelijk doelpunten te scoren; liefst meer dan de tegenstander uiteraard. Een doelpunt is gescoord als de bal helemaal over de doellijn is gegaan. Een wedstrijd duurt 70 minuten: twee keer 35 minuten met daartussen een rustpauze.

    Het team
    Een hockeyteam heeft maximaal elf spelers tegelijk in het veld: een keeper en tien veldspelers. Net als bij voetbal onderscheidt het hockey de veldspelers grofweg in aanvallers, middenvelders en verdedigers.

    Het veld
    Een hockeyveld is 91,40 meter lang en 55 meter breed. Het veld wordt in tweeën verdeeld door een middenlijn. Aan beide uiteinden van het veld liggen de achterlijnen, met precies in het midden een doel (3,66 meter breed). Voor elk doel is een halfronde cirkel getrokken.

    De stick
    Een hockeystick is een stok die aan de onderkant uitloopt in een kromme haak. De haak heeft een bolle kant (aan de rechterkant) en een platte kant (links). De bal mag alleen met de platte kant worden gespeeld. Hockeysticks zijn er in verschillende gewichten. Over het algemeen spelen verdedigers meestal met zwaardere sticks dan aanvallers. Verdedigers moeten hard kunnen slaan en dat lukt beter met een zware stick. Aanvallers moeten vaker op kleine ruimten met stick en bal bewegen. Daarvoor zijn lichtere sticks geschikter

    Speelwijzen
    De bal mag op verschillende manieren gespeeld worden:
    1.Een slag: een zwaaiende beweging van de stick tegen de bal.
    2.Een push: een duwbeweging met de stick tegen de bal.
    3.Een flick: een push, waarbij de bal door een polsbeweging omhoog wordt gespeeld.
    4.Een scoop: een stilliggende bal die door een scheppende beweging met de stick omhoog wordt gebracht. De haak wordt hierbij schuin onder de bal gezet.

    Geen voeten

    Veldspelers mogen de bal niet met hun voeten spelen; met geen enkel lichaamsdeel overigens. Alleen de keeper mag behalve een stick ook handen en voeten gebruiken, maar alleen om de bal in de eigen cirkel te stoppen. Buiten de cirkel mag ook een keeper alleen maar de stick gebruiken.

    Scoren
    Er zijn bij het hockey drie manieren om te scoren: door middel van een veldgoal, een strafcorner of een strafpush.

    Veldgoal
    Een veldgoal wordt gescoord gedurende het verloop van de wedstrijd. Een doelpunt telt alleen als de bal helemaal over de doellijn is gegaan. Bovendien moet de bal binnen de cirkel zijn aangeraakt door een speler van de aanvallende òf de verdedigende partij. Het is dus mogelijk om een eigen-doelpunt te scoren zonder dat de aanvallende partij de bal in de cirkel heeft aangeraakt.  Wordt een bal van buiten de cirkel in de goal geslagen, dan telt die niet als doelpunt. 

    Strafcorner
    Als het verdedigende team bepaalde regels overtreedt (meestal binnen de eigen cirkel), dan kan de tegenstander een strafcorner toegekend krijgen. Voor een strafcorner wordt het spel stil gelegd, zodat beide teams hun strafcornerposities in kunnen nemen. Eén aanvaller gaat met de bal op een vaste plaats op de achterlijn (minimaal 9,10 meter van de dichtstbijzijnde doelpaal) staan. Deze speler 'pusht' de bal naar zijn mede-aanvallers, die vlak buiten de cirkel klaar staan om de bal in ontvangst te nemen. Tot de strafcorner daadwerkelijk is genomen, mogen deze aanvallers niet binnen de cirkel komen. Maximaal vijf verdedigers (inclusief de keeper) posteren zich achter de achterlijn om de strafcorner te gaan verdedigen. Ze mogen zowel binnen als buiten de goal staan. Alle andere spelers van hun team moeten achter de middenlijn gaan staan. Daar moeten ze blijven tot de strafcorner is genomen. Op het moment dat de aanvaller op de achterlijn de bal heeft gepusht, is de strafcorner genomen. De verdedigers mogen dan de cirkel inlopen om de bal te gaan onderscheppen. De aanvallers moeten er voor zorgen dat de bal eerst nog buiten de cirkel wordt gestopt. Dat houdt in dat de bal volkomen stil moet komen te liggen. Pas als de bal is gestopt, mag hij de cirkel worden ingespeeld, waarna een van de aanvallers de bal op de goal mag schieten. Als het eerste schot op goal een slag is, dan mag de bal niet hoger dan 46 centimeter van de grond komen. Dat is de hoogte van de zij- en achterschotten van het doel. Is het eerste schot een 'scoop' of een 'flick' (ballen die in de lucht worden getild), dan mag de bal binnen de goal op elke hoogte over de achterlijn, mits er maar geen sprake is van gevaarlijk spel.

    Strafpush
    Een strafpush is vergelijkbaar met de strafschop bij voetbal. De bal wordt op een strafstip gelegd, op een afstand van 6,40 meter recht voor de goal. Een aangewezen speler probeert de bal met één push op de goal te scoren. De goal wordt alleen verdedigd door de keeper van de tegenpartij. Alle andere spelers moeten op zo'n 23 meter van de achterlijn gaan staan. Een strafpush wordt om verschillende redenen toegekend. De meest voorkomende reden is dat een verdediger een praktisch zekere goal op onreglementaire wijze binnen de cirkel tegenhoudt. Ook als een wedstrijd tijdens een belangrijk kampioenschap of toernooi na reguliere speeltijd en verlenging nog onbeslist is, worden strafpushes genomen.


    Veldhockeyregels in het kort

    Afmetingen van een hockeyveld: 91,40 meter lang en 55 meter breed

    Teams, spelerswissel, aanvoerder, teambegeleiders (regel 6 en 7)
    Een team bestaat uit maximaal 16 spelers waarvan maximaal 11 spelers tegelijkertijd in het veld. De andere vijf spelers moeten op de spelersbank zitten. Een van de spelers in het veld moet de doelverdediger zijn. Deze moet een van beide teams afwijkende kleur shirt en een helm dragen. Op ieder moment in de wedstrijd, behalve na het toekennen van een strafcorner (totdat deze is afgelopen) mogen een aantal spelers naar keuze gewisseld worden; uit het veld gezonden spelers mogen niet gewisseld worden. Voor wissels wordt geen speeltijd bijgeteld, behalve voor het wisselen van een doelverdediger. Het wisselen moet gebeuren in de buurt van de middenlijn; voor de doelverdediger mag het ook in de buurt van het doel. Ieder team moet een aanvoerder met een aanvoerderarmband in afstekende kleur hebben. Als hij (tijdelijk) uit het veld wordt gestuurd moet hij zijn taken en zijn band (tijdelijk) overdragen. Bij een wissel hoeft dat niet. Aanvoerder doet de toss, is verantwoordelijk voor het wisselen van de spelers van zijn team en voor het gedrag van alle spelers van zijn team.
    Naast de wisselspelers mogen maximaal 3 teambegeleiders en 1 arts op de bank zitten; deze teambegeleiders mogen hun team coachen maar mogen geen aanleiding tot moeilijkheden geven door hun gedrag.

    Begin van het spel en voortzetting na een doelpunt
    Begin eerste helft: door speler die toss gewonnen heeft en voor de beginslag kiest of door de tegenstander wanneer de eerste speler de doelhelft heeft gekozen. Bij het begin van de tweede helft door een speler van het andere team. Na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt. Het begin van de wedstrijd en de voortzetting vindt plaats met een vrije slag vanaf het midden van het veld, waarbij beide teams (behalve de nemer)zich op de eigen helft bevinden.

    Bal buiten het veld
    Zijlijn
    • inslag vanaf de zijlijn door de tegenstander
    Achterlijn
    • onopzettelijk door een verdediger: lange corner vanaf de zijlijn
    • opzettelijk door een verdediger: strafcorner
    • door een aanvaller: vrije slag vanaf 14.63 m. vanaf de achterlijn

    Vrije slag
    Bij een vrije slag moet de bal langs de grond geslagen of gepushed worden. Indien de bal zonder opzet en zonder (aanleiding tot) gevaarlijk spel iets van de grond wordt gespeeld, hoeft niet te worden gefloten.De bal moet stilliggen en op of nabij de juiste plaats (lange corner op de juiste plaats). De tegenpartij moet op 5 m afstand staan. Bij een vrije slag voor de aanval binnen 5m van de cirkel, moeten ook de medespelers 5m afstand houden. Inslag, uitslag en lange corner worden op deze manier uitgevoerd.

    Manieren om de bal te spelen
    De bal mag door een veldspeler alleen met de platte kant van zijn stick worden gespeeld door middel van:
    • slag: een zwaaiende beweging van de stick tegen de bal
    • push: een duwbeweging met de stick tegen een dicht bij de stick op de grond liggende of rollende bal, die daardoor langs degrond wordt voortbewogen. Een sleeppush, waarbij de bal over langere afstand met de stick wordt voortbewogen voordat dezewordt losgelaten, is niet toegestaan bij een strafbal.
    • flick: deze wordt overeenkomstig de push uitgevoerd, maar door een polsbeweging wordt de bal van de grond omhooggespeeld
    • scoop: een (vrijwel) stilliggende bal wordt door een scheppende beweging met de stick, waarbij de haak schuin onder de balwordt geplaatst, omhoog gebracht en weggespeeld

    De doelverdediger mag daarnaast binnen zijn cirkel de bal ook met zijn klompen of legguards (beenbeschermers) voortbewegen. Daarnaast mag de doelverdediger de bal ook stoppen met handschoenen, lichaam en stick (ook boven schouderhoogte).

    Voordeel
    Voordeel geven betekent het niet fluiten als daardoor de overtredende speler of team het zwaarst bestraft wordt.

    Wat niet mag
    • ruw of gemeen spelen, de regels opzettelijk overtreden, wangedrag begaan
    • een tegenstander aanraken, duwen, doen struikelen, zijn kleding of stick vastgrijpen
    • de bal onbezonnen, wild of gevaarlijk spelen
    • de bal opzettelijk tegen een tegenstander op/aanspelen
    • de bal met de bolle kant spelen (onopzettelijk is zelden fout)
    • de bal raken met de stick wanneer de bal boven schouderhoogte is (de keeper mag in zijn cirkel de bal wel boven schouderhoogte stoppen eneen verdediger mag een schot op doel ook boven schouderhoogte stoppen)
    • de stick over het hoofd van een tegenstander heen halen
    • met de stick op of naar de stick van een tegenstander slaan of de stick als intimidatie gebruiken
    • de bal met iets anders dan de stick spelen (behalve de doelverdediger)
    • wanneer de bal voet of lichaam van een speler raakt is dat een overtreding als: * hij in de baan van de bal ging staan * hij niet probeerde dit raken te vermijden * hij zo ging staan dat de bal hem wel moest raken * hij door dit raken een onredelijk voordeel krijgt
    • de bal opzettelijk met een slag omhoog spelen behalve op doel
    • binnen 5 m van een speler komen die een hoge bal gaat aannemen tot de bal op de grond onder controle is
    • met het lichaam of met de stick een speler belemmeren om vanuit een juiste positie op het juiste moment de bal te spelen
    • tijdrekken

    Straffen
    Er zijn de volgende straffen: vrije slag, strafcorner, strafbal en persoonlijke straffen als vermaning, waarschuwing (groen), tijdelijke verwijdering (geel) (minimaal 5 minuten) en definitieve verwijdering (rood).

    Tussen de 23-m lijnen:
    • voor een overtreding een vrije slag waar nodig samen met een persoonlijke straf

    In het 23-m gebied (buiten de cirkel):
    • onopzettelijk door aanvaller: vrije slag verdediger
    • onopzettelijk door verdediger: vrije slag aanvaller
    • opzettelijk door aanvaller: vrije slag verdediger (evt. met persoonlijke straf voor aanvaller)
    • opzettelijk door verdediger: strafcorner (evt. met persoonlijke straf voor verdediger)

    In de cirkel:
    • (on)opzettelijk door aanvaller: vrije slag verdediger
    • (on)opzettelijk door verdediger: strafcorner of strafbal aanvaller
    • in geval van opzet eventueel met persoonlijke straf (bij een volgende overtreding na het toekennen van een vrije slag voordat die genomen is, mag de scheidsrechter een nieuw toegekende vrije slag maximaal 10 m. naar voren laten nemen, maar niet tot in de cirkel)

    Wanneer worden deze straffen gegeven?
    Strafcorner
    • opzettelijk overtreding door verdediger binnen zijn 23-m gebied, maar buiten de cirkel
    • opzettelijk over eigen achterlijn spelen
    • onopzettelijke overtreding binnen zijn cirkel (waardoor NIET een zeker doelpunt is voorkomen)
    • opzettelijke overtreding binnen zijn cirkel waarbij geen doelpunt wordt voorkomen en waarbij niet een aanvaller balbezit kankrijgen in de cirkel

    Strafbal
    • opzettelijke overtreding binnen zijn cirkel met de bedoeling om het maken van een doelpunt te voorkomen
    • onopzettelijke overtreding binnen zijn cirkel waardoor een doelpunt, wat vrijwel zeker gemaakt zou zijn, wordt voorkomen
    • herhaald te vroeg uitlopen door verdediger bij een strafcorner (na vermaning)

    Uitvoering van straffen
    Vrije slag
    • wordt ongeveer genomen op de plaats van de overtreding
    • in het 23 meter gebied: op de gehele loodlijn tot 14,63 m van de achterlijn, dit geldt alleen voor de verdedigende partij
    • in de cirkel: op elk willekeurige plaats in de cirkel of op de loodlijn tot 14.63 m van de achterlijn
    • bal moet stilliggen of er moet duidelijk geprobeerd zijn hem stil te leggen
    • bij een vrije slag voor de aanvallende partij binnen vijf meter van de cirkel dienen alle spelers, behalve de nemer, vijf meterafstand te nemen
    • moet langs de grond geslagen of gepushed worden
    • bal moet minimaal 1 m verplaatst worden
    • speler die de bal neemt mag de bal niet twee keer spelen of binnen speelafstand van de bal blijven of weer komen

    Strafcorner
    • te nemen op minimaal 10 m (op oude velden soms nog op 9.10 m)
    • aangever moet minimaal 1 voet achter de achterlijn hebben
    • alle andere spelers mogen geen stick, hand of voet binnen de cirkel aan de grond hebben
    • maximaal 5 verdedigers moeten achter hun achterlijn zijn, de andere achter de middenlijn
    • voor op doel gespeeld mag worden moet de bal buiten de cirkelgeweest zijn
    • is het eerste schot op doel een slag dan moet de bal op de 'plank' komen (tenzij de bal al 5 meter buiten de cirkel is geweest)
    • een schot moet altijd beoordeeld worden op gevaar

    Strafbal
    • de tijd staat stil
    • te nemen op 6,40 m midden voor het doel
    • doelverdediger staat op de doellijn
    • behalve met een slag of een sleeppush
    • aanvaller staat dichtbij en achter de bal
    • aanvaller mag tijdens het nemen maar één stap doen en de bal maar een keer spelen
    • mag daarna de bal of de doelverdediger niet naderen
    • aanvaller mag geen schijnbeweging maken

    Strafbal eindigt..
    • wanneer de bal de doellijn passeert: doelpunt
    • wanneer de aanvaller een overtreding maakt: vrije slag
    • wanneer de bal buiten het doel over de achterlijn komt of uit de cirkel gaat of wanneer de bal binnen de cirkel stil komt te liggen: vrije slag
    • wanneer de doelverdediger duidelijk te vroeg van zijn doellijn komt (voordat de bal is genomen) en vervolgens de bal stopt: strafbal overnemen
    • wanneer de (doel)verdediger een overtreding maakt waarmee hij een doelpunt voorkomt: strafdoelpunt

    Het veld en toebehoren
    De lijnen behoren tot het veld of een specifiek deel van het veld (de cirkel op het 23-m gebied); op de lijn is IN het veld of IN het gebied. Op de hoeken van het veld staan vlaggen. Het doel staat met de voorkant van de doelpalen tegen de buitenkant van de achterlijn, in het midden van die lijn.

    Scheidsrechters en hun taken
    Scheidsrechters leiden de wedstrijd en passen de spelregels toe: zij beoordelen als ENIGEN of het spel sportief gespeeld wordt en of de regels worden opgevolgd. Er zijn twee scheidsrechters en elke scheidsrechter fluit de gehele wedstrijd op dezelfde helft. Iedere scheidsrechter is:
    • als eerste verantwoordelijk voor beslissingen op zijn helft van het veld
    • als enige verantwoordelijk voor beslissingen over bal buiten het speelveld voor de gehele dichtstbijzijnde zijlijn en achterlijn
    • als enige verantwoordelijk voor uitslagen, lange corners, strafcorners, strafballen en doelpunten op zijn helft van het veld en voor vrije slagen IN zijn cirkel.

    Bijzondere voorvallen en blessures
    • na een onderbreking moet het spel zo snel mogelijk worden hervat met een passende straf of met een bully
    • een geblesseerde speler of een speler met een bloedende wond moet zo snel mogelijk het veld verlaten om buiten de lijnen te worden verzorgd
    • bij naderend onweer wordt het spel tijdig onderbroken en moeten de spelers het veld verlaten
    • wanneer het spel langer dan 30 minuten is onderbroken wordt de wedstrijd gestaakt


    Spelregels drietal-, zestal- en achttalhockey zijn zeer interessant voor Trimhockey

    De wedstrijden vandrietal-, zestal- en -achttalhockeyworden geleid door spelleiders. Naast het fluiten geven zij vooral uitleg over de spelregels.

    Spelregels drietalhockey
    De spelregels van het drietalhockey worden toegepast bij wedstrijden van de F-jeugd. In alle districten wordt conform onderstaande regels gespeeld. Kinderen vanaf 7 jaar mogen competitie 3 tegen 3 spelen, maar laat kinderen pas competitie spelen als ze op een veilige manier met stick, bal en medespelers kunnen omgaan.

    Speelveld
    De afmetingen van een speelveld voor drietalhockey zijn 23 bij 23 meter, waarbij de zijlijnen gevormd worden door de achterlijn en de 23-meterlijn of de 23-meterlijn en de middenlijn van een normaal veld. De doelen van partij A bevinden zich op de zijlijn. De doelen van partij B bevinden zich daar tegenover, dicht bij het midden van het normale veld. De speelrichting is dus in de breedte van het normale speelveld om te voorkomen dat de bal regelmatig in andere veldjes rolt. Geadviseerd wordt het meest egale speeloppervlak te gebruiken om op te spelen, dus liever op kunstgras dan op gras.

    Doelen
    Doelen kunnen worden gemaakt van pylonen. Iedere partij heeft twee doelen, zodat er dus in een speelveld vier doelen staan. De breedte van elk doeltje is twee meter. Tussen het doeltje en de zijlijn is nog ca. 4 meter ruimte.

    5-meterlijn
    Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 5-meterlijn in plaats van een cirkel. Deze 5-meterlijn wordt aangegeven met pylonen. De betekenis ervan wordt elders beschreven.

    Bal
    De bal die gebruikt wordt bij drietalhockey is een normale hockeybal.

    Teams
    In het veld staan maximaal drie spelers, er zijn geen doelverdedigers. Er mogen wisselspelers zijn. U kunt wisselen op elk moment dat het spel stil ligt. Deze interchange regel geeft de begeleider van het team een goede mogelijkheid om iedereen evenveel te laten spelen en kinderen te laten uitrusten als dit nodig is.

    Wedstrijdduur
    Een wedstrijd duurt 15 minuten, de F-teams spelen 2 x 15 minuten met een korte rust van maximaal 5 minuten. Omdat een F-hockeyteam uit minimaal zes spelers bestaat, waaruit u dus twee teams kunt vormen, worden er tegelijkertijd twee wedstrijden naast elkaar gespeeld. Team 1 van partij A tegen team 1 van partij B (1A-1B) en team 2 van partij A tegen team 2 van partij B (2A-2B). Na deze wedstrijd wisselen de teams. De wedstrijdjes zijn dan: 1A-2B en 1B-2A. Er worden dus twee wedstrijdjes van 30 minuten gespeeld. Bij koud en regenachtig weer en/of bij groot niveauverschil tussen de twee teams is het mogelijk iets korter te spelen. Dit om de spelvreugde te behouden.

    Toss
    Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de toss kiest voor beginslag of speelrichting.

    Algemene spelregels drietalhockey

    Het spelen van de bal
    Alleen met de platte kant van de stick door middel van een push, schuifslag of veilige flats (de stick mag hierbij in de achterzwaai niet los zijn van de grond en in de voorzwaai niet hoger komen dan de knieën).

    Begin of hervatting van het spel
    De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld: - door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft gekozen of 'gekregen' - na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt. Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder gelden de regels van een vrije slag.

    Gevaarlijk en ruw spel
    Gevaarlijk en ruw spel is altijd verboden. Hieronder valt: - gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick - hoge bal, waaronder 'snijden' - hakken op de stick tijdens een duel - aanvallen van links, als dit gevaarlijke situaties oplevert - (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen,blokkeren met het lichaam - ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan - de bal opzettelijk tegen een andere speler aanspelen

    Afhouden
    Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze (hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf (afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect afhouden) zijn.
    Bal tegen het lichaam ('shoot')
    Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit ontstaat.

    Vrije slag
    Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moet stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter van de bal zijn. Degene die de vrije slag genomen heeft, mag de baldaarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft aangeraakt. Als de overtreding binnen het 5-metergebied plaatsvond, moet de vrije slag buiten het 5-metergebied worden genomen, zodicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.

    Doelpunt
    Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert enbinnen het 5-metergebied is aangeraakt door een aanvaller. Als binnen het 5-meter gebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de stick of het lichaam van een verdediger de doellijn passeert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.

    Bal over de achterlijn,zonder doelpunt
    - Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op de 5-meterlijn, loodrecht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn ging. - Door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een langecorner toegekend.

    Bal over de zijlijn
    Inslagop de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende partij een inslag neemt binnen het 5-metergebied, moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.

    Straffen
    - Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 5-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 5-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt. - Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 5-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de 5-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. - Bij een overtreding buiten het 5-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de plaats van die overtreding.

    Lange corner
    Inslaan door een aanvaller op de kruising van de 5-meterlijn en de zijlijn,aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Na het nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt. Alle spelers van de tegenpartij moetenminimaal 5 meter afstand nemen van de bal.

    Time Out
    Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams de gelegenheid te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen. Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden. Ook een begeleider van een team kan een time out aanvragen, echter maximaal één per wedstrijd.

    Spelleiding
    Doordat het speelveldklein isen het spelersaantalgeringkan één spelleider aanwezig zijn in het veld. De spelleider is geen scheidsrechter! De spelleider dientde sfeer waarin de partijtjes gespeeld worden aan te voelen en goed op de hoogte te zijn van de spelregels voor het drietalhockey zodat de kinderen telkens uitleg kunnen krijgen. Het verdient aanbeveling om per team een vaste spelleider te benoemen die alle thuiswedstrijden van dat team leidt. Deze spelleider krijgt op deze manier ervaring in deze specifieke manier van leiden, leert zohet spelniveau van de kinderen kennen en groeit als het ware met het spel mee.
    Spelregels zestalhockey
    De spelregels van het zestalhockey worden toegepast bij wedstrijden van de E-jeugd. In alle districten wordt conform onderstaande regels gespeeld. Afhankelijk van het niveau(verschil) kunnen spelleiders en coaches aanpassingen in het reglement aanbrengen. Vóór de wedstrijd dienen hier duidelijke afspraken over gemaakt te worden tussen beide partijen. Denk eraan dat het spelplezier voorop staat.

    Speelveld
    In de meeste gevallen zal men gebruik moeten maken van bestaande velden. Geadviseerd wordteen kwart veld te gebruiken, waarbij de zijlijnen als achterlijnen fungeren en de middenlijn en een 23-meterlijn of de 23-meterlijn en een achterlijn als zijlijn. Een tweede mogelijkheid is het uitzetten van een specifiek zestalhockeyveld van 23 x 55 m. Het speeloppervlak kan kunstgras of gras zijn. Gebruik het veld met het meest egale oppervlak, inde meestegevallen is dat kunstgras.

    Doelen
    Doelen kunnen worden gemaakt van pylonen. De voorkeur gaat echter uit naar een achterplank met zijschotten (mini-doel), ook de E-jeugd hrt het doelpunt graag.Iedere partij heeft één doel, de breedte van het doel is 3.66 meter (de normale breedte vaneen doel). Het doel wordt in het midden van de 'achterlijn' geplaatst.

    10-meterlijn
    Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 10-meterlijn in plaats van een cirkel. Deze 10-meterlijn wordt aangegeven met pylonen. De betekenis ervan wordt elders beschreven.

    Bal
    Er wordt gespeeld met een normale hockeybal.

    Teams
    Een team bestaat uit maximaal vijf veldspelers en één doelverdediger.Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger behoren een helm, legguards en klompen. Spelers mogen altijd wisselen, mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de medespeler het veld heeft verlaten. Voor de coach is deze 'interchange regel' een goede mogelijkheid om alle spelers evenveel te laten spelen.Ook geeft dezeregel de gelegenheid tot het behandelen van kleine blessures.

    Wedstrijdduur
    Een wedstrijd duurt 2 x 25 minuten met een pauze van circa 5 minuten. Het wordt dringend aanbevolen om na afloop van de wedstrijd met beide ploegen een nabesprekingte houden.
    Toss
    Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de toss kiest voor beginslag of speelrichting.

    Algemene spelregels zestalhockey

    Het spelen van de bal
    - Door veldspelers alleen met de platte kant van de stick. Als kinderen de backhand flats gecontroleerd kunnen uitvoeren mag deze toegepast worden. Hierbij wordt de zijkant van de stick gebruiktom de bal te spelen - Door doelverdedigers alleen met de platte kant van de stick. Binnenhet 10-metergebied mag de doelverdedigerde bal stoppen met het lichaam en wegschoppen (mits ongevaarlijk!)

    Begin of hervatting van het spel
    De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld: - door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft gekozen of'gekregen' - na de rust door een speler van het andere team - na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt. Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder gelden de regels van een vrije slag.

    Gevaarlijk en ruw spel
    Gevaarlijk en ruw spelis altijd verboden. Hieronder valt: - gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick - hoge bal, waaronder 'snijden' - hakken op de stick tijdens een duel - aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert - (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen,blokkeren met het lichaam - ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan - de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen

    Afhouden
    Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze (hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf (afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect afhouden) zijn.

    Bal tegen het lichaam ('shoot')
    Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaamte stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert ofwanneer er voordeel uit ontstaat.

    Vrije slag
    Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moetstilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter van de bal zijn. Binnen het 10-metergebied moeten de spelers van beide partijen 5 meter afstand van de bal nemen. Degene die de vrije slag genomen heeft, mag de baldaarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft aangeraakt.

    Doelpunt
    Een doelpunt is gemaakt wanneer de balde doellijnpasseert en binnen het 10-metergebied is aangeraakt door een aanvaller. De bal mag hierbij niet hoger komen dan 46 cm. (plankhoogte). Als binnen het 10-metergebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld endaarna via de stick of het lichaam van een verdedigerde doellijnpasseert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.

    Bal over de achterlijn, zonder doelpunt
    - Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op de 10-meterlijn, loodrecht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn ging. - Door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een lange corner toegekend.

    Bal over de zijlijn
    Inslag op de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende partij een inslag neemt binnen het 10-metergebied, moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.

    Straffen
    - Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kanworden gemaakt. - Bij een opzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied: indien heel duidelijk een doelpunt wordt voorkomen door een opzettelijke overtreding, wordt een strafbal toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op 6,4 meter midden voor het doel. Indien niet een doelpunt wordt voorkomen, wordteen vrije slag toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn midden voor het doel. - Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de 10-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding. - Bij een overtreding buiten het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de plaats van die overtreding.

    Lange corner
    Inslaan door een aanvaller op de zijlijn op 5 meter afstand van de hoek, aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Na het nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.Spelers van beide partijenmoetenminimaal 5 meter afstand nemen van de bal.

    Strafbal
    Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller moet achter de bal gaan staan. Hij mag de bal verplaatsen door middel van een push of een schuifslag, maar pas nadat de spelleider daartoe met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller mag de bal één keer raken en mag daarbij één pas naar voren doen. Er maggeen schijnbeweging gemaakt worden.De bal mag ook niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) gespeeld worden. De doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas zijn voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft. De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal achter de 10-meterlijn buiten het 10-metergebied zijn.
    Een doelpunt is gemaakt als: - de bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm.)
    Een strafbal eindigt zonder doelpunt als: - de aanvaller een overtreding begaat - de bal buiten het 10-metergebied komt, maar niet in het doel belandt - de bal in het 10-metergebied stil komt te liggen
    Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de verdedigende partij hervat met een vrije slag op de 10-meterlijn.

    Time out
    Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams de gelegenheid te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen. Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden. Ook een begeleider van een team kan een time out aanvragen, echter maximaal één per wedstrijd.

    Spelleiding
    Doordat het speelveldklein isen het spelersaantalgeringkan één spelleider aanwezig zijn in het veld. De spelleider is geen scheidsrechter! De spelleider dient de sfeer waarin de partijtjes gespeeld worden aan te voelen en goed op de hoogte te zijn van de spelregels voor het zestalhockey zodat de kinderen telkens uitleg kunnen krijgen. Het verdient aanbeveling om per team een vaste spelleider te benoemen die alle thuiswedstrijden van dat team leidt. Deze spelleider krijgt op deze manier ervaring in deze specifieke manier van leiden, leert zo het spelniveau van de kinderen kennen en groeit als het ware met het spel mee.




    Spelregels achttalhockey
    De spelregels van het achttalhockey worden toegepast bij wedstrijden van 8E of 8D jeugd. In alle districten wordt conform onderstaande regels gespeeld.

    Speelveld
    Er wordt gespeeld op een half veld van zijlijn naar zijlijn tussen middenlijn en achterlijn.

    Doelen
    In het midden van elke achterlijn (zie tekening) staat een doel dat bij voorkeur bestaat uit een achterplank met zijschotten (mini-doel). Het doel is 3,66 meter breed. Indien er geen doelen beschikbaar zijn kan het doel worden aangegeven met pylonen.

    Doelgebied / Cirkel
    Er wordt gespeeld met een doelgebied. Dit is een rechthoekig gebied van 15x30 meter (zie tekening). Het doelgebied wordt aangegevenmet pylonen op de zijlijnen en op de achterlijn.Als de vereniging beschiktover een veld met twee (oefen)cirkels in de breedte-richting van het veld dan is het doelgebied de cirkel.

    Bal
    Er wordt gespeeld met een gewone veldhockeybal.

    Teams
    Een team bestaat uit maximaal zeven veldspelers en één doelverdediger. Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger behoren een helm, legguards en klompen. Spelers mogen altijd wisselen, mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de medespeler het veld heeft verlaten. Voor de coach is deze 'interchange regel' een goede mogelijkheid om alle spelers evenveel te laten spelen.Ook geeft dezeregel de gelegenheid tot het behandelen van kleine blessures.

    Wedstrijdduur
    Een wedstrijd duurt 2 x 30 minuten. Tussen de twee helften is een rust van 5 minuten.

    Toss
    Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de toss kiestvoor beginslag of speelrichting.

    Algemene spelregels achttalhockey

    Het spelen van de bal
    - Door veldspelers alleen met de platte kant van de stick. Als kinderen de backhand flats gecontroleerd kunnen uitvoeren mag deze toegepast worden. Hierbij wordt de zijkant van de stick gebruiktom de bal te spelen. - Door doelverdedigers alleen met de platte kant van de stick. Binnenhetdoelgebied mag de doelverdedigerde bal stoppen met het lichaam en wegschoppen (mits ongevaarlijk!)

    Begin of hervatting van het spel
    De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld: - door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft gekozen of 'gekregen' - na de rust door een speler van het andere team - na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt. Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder gelden de regels van een vrije slag.

    Gevaarlijk en ruw spel
    Gevaarlijk en ruw spelis altijd verboden. Hieronder valt: - gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick - hoge bal als deze ongecontroleerd wordt gespeeld ('snijden') - hakken op de stick tijdens een duel - aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert - (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen, blokkeren met het lichaam - de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen

    Afhouden
    Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze (hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf (afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect afhouden) zijn.

    Bal tegen het lichaam ('shoot')
    Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit ontstaat.

    Vrije slag
    Een vrije slag wordt genomen in de buurt van de overtreding, door een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moet bij de vrije slag stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de vrije slag moetende spelers van de andere partij op minimaal 5 meter van de bal zijn. Binnen het doelgebied moeten de spelers van beide partijen 5 meter afstand van de bal nemen. Degene die de vrije slag genomen heeft, mag de bal daarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft aangeraakt

    Doelpunt
    Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert en binnen het doelgebied is aangeraakt door een speler. De bal mag hierbij niet hoger komen dan 46 cm. (plankhoogte). Als binnen het doelgebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de stick of het lichaam van een verdedigerde doellijnpasseert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.

    Bal over de achterlijn, zonder doelpunt
    Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op een plaats recht tegenover de plek waar de bal over de achterlijn ging en niet meer dan 15 meter van die lijn. Door een verdediger onopzettelijk over de achterlijn gespeeld vanaf een punt vanaf het gehele veld: aan de aanvallende partij wordt een lange corner toegekend. Door een verdediger opzettelijk over de achterlijn gespeeld vanaf een punt binnen de eigen helft: aan de aanvallende partij wordt een strafcorner toegekend.

    Bal over de zijlijn
    Inslagop de zijlijn op de plaats waar de balover de lijn ging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.

    Straffen
    - Bij een overtreding van een verdediger binnen het doelgebied: een strafcorner wordt aan de aanvallende partij toegekend - Bij een overtreding door een verdediger binnen het doelgebied waardoor duidelijk eendoelpunt wordt voorkomen: een strafbal wordt aan de aanvallende partij toegekend - Bij een overtreding van een aanvaller binnen het doelgebied: een vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de 15-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding - Bij een overtreding buiten de doelgebieden: een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft begaan. Als er met een cirkel wordt gespeeld gelden hiervoor de bepalingen voor het doelgebied.

    Lange corner
    Inslaan door een aanvaller op de zijlijn op 5 meter vanaf de hoek,aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging.Spelers van beide partijen moetenminimaal 5 meter afstand nemen van de bal.

    Strafcorner
    Een strafcorner is een vrije slag welke genomen wordt vanaf de achterlijn (op minimaal10 meter afstand van het doel) door een speler van de aanvallende partij. Als de strafcorner genomen gaat worden, mogen maximaal 5 spelers (inclusief de doelverdediger) van de verdedigende partij achter hun eigen achterlijn/doellijn staan. Zij moetenmet hun sticks en voeten achter de lijn staan en moeten minimaal 5 m. afstand nemen van de bal. De overige spelers van de verdedigende partij moeten zich achter de 15-meterlijn opstellen op de andere helft van het veld. De spelers van de aanvallende partij stellen zich op in het veld, buiten het doelgebied. Pas op het moment dat destrafcorner genomen is, mogenzowel de verdedigersals de aanvallers in het doelgebied komen. Voordat de bal op het doel geslagen mag worden, moet deze eerst buiten het doelgebied geweest zijn.De bal mag bij de doelpoging niet hoger komen dan plankhoogte (46 cm.).

    Strafbal
    Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller moet achter de bal gaan staan. Hij mag de bal verplaatsen door middel van een push of eenschuifslag, maar pas nadat de spelleider daartoe met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller mag de bal één keer raken en mag daarbij één pas naar voren doen. Er maggeen schijnbeweging gemaakt worden.De bal mag niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) gespeeld worden. De doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas zijn voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft. De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal buiten het doelgebied zijn.
    Een doelpunt is gemaakt als: - de bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm.)
    Een strafbal eindigt zonder doelpunt als: - de aanvaller een overtreding begaat - de bal buiten het doelgebied komt, maar niet in het doel belandt - de bal in het doelgebied stil komt te liggen
    Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de verdedigende partij hervat met een vrije slag op de rand van het doelgebied.

    Time out
    Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams degelegenheid te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beterkan verlopen. Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden. Ook een begeleider van een team kan een time out aanvragen, echter maximaal één per wedstrijd.

    Spelleiding
    Evenals het zestalhockey is het achttalhockey een SPEEL-LEER-PERIODE op weg naar elftalhockey. Ook hier spreken wij dus nog steeds over SPELLEIDERS en niet over scheidsrechters. Nu het speelveld groter is en het spel sneller wordt gespeeld zal één spelleider niet in staat zijn het spel alleen te leiden. De wedstrijd wordt dan ook geleid door twee spelleiders; van iedere partij één. De spelleider is, evenals bij het zestalhockey, iemand die in staat is beide partijen op een veilige, leerzame en plezierige manier samen te laten spelen.


     
    Handige links


    Vandaag jarig
    Julius Dost
    Thijn Knol
    Suus Lampe
    Clubcompetitie
    Seizoen
    # Team RP P W DP
    1 JC1 5,600 28 5 33
    2 HJ2 5,600 28 5 31
    3 JC3 5,400 27 5 31
    4 MD6 4,600 23 5 23
    5 MB4 4,600 23 5 21
    Gehele clubcompetitie